Het onderwijs op de Beerze

Zo richten we dat in

Bij de Beerze creëren we een veilige leeromgeving waarin ieder kind zijn of haar weg kan vinden om het eigen talent te ontdekken en ontwikkelen. Om die leeromgeving te creëren richten we hem in met de volgende principes:

We gaan uit van ontwikkeling

We spreken van leren wanneer het gaat om specifieke veranderingen in het handelen. Bij ontwikkeling gaat het om bredere veranderingen, die geleidelijk gaan en langzamer dan het aanleren van vaardigheden. Om dat te kunnen bereiken, moet wat we aanbieden zinvol zijn en betekenis hebben voor het kind. Daarom werken we met het huidige ontwikkelingsniveau (wat beheerst een kind nu?) en het nabije niveau (waar is het kind bijna aan toe?). We richten ons op de zogenaamde ‘zone van naaste ontwikkeling’.

We gebruiken het IGDI-model voor instructie

beerze onderwijs IGDI-model
beerze onderwijs IGDI-model

Om in te spelen op de verschillende talenten en onderwijsbehoeften van onze leerlingen gebruiken we voor instructies het IGDI-model. IGDI staat voor interactieve, gedifferentieerde, directe instructie. Dat houdt in dat een leerkracht een instructie begint met een terugblik en dan een kernachtige, korte instructie geeft aan de hele klas. De kleine groep die daarna nog niet aan de gang kan, krijgt een tweede instructie die langer duurt en in kleinere stappen wordt uitgevoerd. Daarna kunnen ook deze leerlingen, eventueel met begeleiding, aan de slag. Binnen de instructie maken we gebruik van verschillende werkvormen en actieve interactie: tussen de leerling en de leerkracht en ook tussen de leerlingen onderling.

We werken met coöperatief leren

Kinderen leren veel van en met elkaar. De Beerze wil kinderen leren samenwerken en zelfstandig laten werken door ze meer verantwoordelijkheid te geven bij het uitvoeren van taken. Daarbij gaan we uit van de theorie dat je op verschillende manieren slim kunt zijn. Het ene kind kan goed rekenen, het andere heeft talent voor tekenen. We passen gevarieerde werkvormen van coöperatief leren toe. Coöperatief leren houdt in dat kinderen samen praten over de lesstof, elkaar uitleg en informatie geven, elkaar aanvullen en samen een oplossing vinden.

We passen het werken vanuit kernconcepten en thema’s toe

Bij het wereldoriënterend onderwijs werken we steeds meer vanuit kernconcepten. Het werken met kernconcepten geeft leerlingen en leerkrachten meer ruimte, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat er doelgericht gewerkt wordt aan het verkrijgen van inzicht. Vanuit kerndoelen richten we de leeromgeving in met uitdagende werkvormen, activiteiten en leerbronnen die gekoppeld zijn aan de 21st Century Skills.

In het schooljaar 2016-2017 werken we de kernconcepten ‘energie’ en ‘macht en regels’ verder uit. Door de leerlingen de verantwoordelijkheid te geven voor hun eigen presentaties en ze te laten werken vanuit hun eigen talent, creëren we extra betrokkenheid bij het thema en het eigen onderwijs.

‘Ik heb het allemaal zelf mogen opzoeken. Zo onthoud ik het beter!’

We focussen op 21st Century Skills, talentontwikkeling en leesonderwijs

Onze wereld verandert sneller en sneller en dat vraagt wat van onze leerlingen. Daarom richten wij onze leeromgeving steeds meer in op de ontwikkeling van de 21st Century Skills. Met 21st Century Skills bedoelen we de vaardigheden samenwerken, creativiteit, ICT-geletterdheid, probleem oplossend vermogen, communicatie, kritisch denken en sociale en culturele vaardigheden.

In die leeromgeving blijft talentontwikkeling centraal staan. Dat kunnen talenten zijn op zowel het cognitieve als het sociale of creatieve vlak. We willen dat iedere leerling zich bewust is van zijn of haar talent en de ruimte krijgt om dit verder te ontwikkelen en toe te passen.

Het verzorgen van goed leesonderwijs is één van de speerpunten van de Beerze. Ieder jaar stellen we een schoolleesplan op dat we baseren op de behoeftes van leerlingen en leerkrachten. Daarnaast reiken we ouders tips aan voor het stimuleren van lezen bij hun kinderen.

‘Doordat de bibliotheek in onze school gevestigd is, komen onze leerlingen makkelijk in aanraking met boeken en verhalen. Dat is goed voor hun lees- en taalontwikkeling.’